SPORENELEMENTEN
Wanneer grondstoffen te weinig
beschikbare mineralen aanbrengen, moeten ze dus toegevoegd worden. Elk
sporenelement kan in verschillende chemische vormen (zouten) toegevoegd
worden. Belangrijk is dat een goede evaluatie gemaakt wordt van de
biologische beschikbaarheid van de producten, de mengeigenschappen en de
milieu-effecten (zware metalen, toxiciteit, ...) van de toevoegingen. De
recentste aanpassingen omvatten het gebruik van chelaten in de
veevoeding. Deze chelaten hebben een zeer hoge biologische efficiëntie,
hebben een duidelijk fysiologisch voordeel op de anorganische mineralen,
en bieden ook mogelijkheden nu er zowel vanuit mestverwerking als vanuit
milieudruk aangedrongen wordt om het gebruik van sporenelementen te
verlagen.
Toegelaten zijn volgende sporenelementen:
 |
IJzer onder de vorm van
fumaraat, citraat, carbonaat, chloride, oxide, sulfaat (hepta-
en monohydraat), lactaat en chelaat van aminozuren
|
 |
Jodium onder de vorm van
calciumiodaat (hexahydraat en anhydraat), natriumiodide,
kaliumiodide |
 |
Kobalt onder de vorm van
acetaat, hydroxidecarbonaat, chloride, sulfaat (mono- en
heptahydraat), nitraat |
 |
Koper onder de vorm van
acetaat, methionine, hydroxide carbonaat, chloride, oxide,
sulfaat (penta-en monohydraat), koperlysine en chelaat van
aminozuren |
 |
Mangaan onder de vorm van
carbonaat, chloride, monowaterstoffosfaat, oxide, sulfaat (mono
en tetra), chelaat van aminozuren |
 |
Zink onder de vorm van
lactaat, acetaat, carbonaat, chloride, oxide, sulfaat (mono- en
heptahydraat), chelaat van aminozuren
|
 |
Mobyldeen onder de vorm van
ammonium- en natriummolybdaat |
 |
Selenium onder de vorm van
natriumseleniet, natriumselenaat |
Functie van Sporenelementen:
Koper
Koper vormt een belangrijk
bestanddeel van een groot aantal enzymen die bij de stofwisseling
betrokken zijn. Daarnaast is koper betrokken bij o.a. de bloedvorming,
de pigmentvorming, de structuur en de vorming van het haarkleed. Verder
heeft een kopertekort een negatief effect op de vruchtbaarheid.
Jodium
Jodium is een bestanddeel van de
schildklierhormonen, die de intensiteit van de stofwisselingsprocessen
regelen. Een voldoende hoeveelheid jodium is vooral van belang voor
jonge dieren, drachtige dieren en hoogproductieve dieren tijdens de
lactatie. Zelfs een klein tekort aan jodium kan al een groeiachterstand
of een lagere melkproductie tot gevolg hebben.
Selenium
Selenium maakt in het dier deel
uit van het GSH-Px enzym. Dit enzym is betrokken bij de bescherming van
lichaamscellen tegen de negatieve effecten van oxidatie. Bij een tekort
aan
selenium wordt de afweer van het dier lager omdat de witte
bloedlichaampjes slechter bestand zijn tegen giftige stoffen. Ook de
vruchtbaarheid wordt negatief beïnvloed. Na het werpen is er een grotere
kans op baarmoederontsteking en problemen met nageboorte.
Kobalt
Kobalt is nodig voor de groei van
bacteriën. Tevens zorgt het voor sterke en regelmatige eisprong en een
hoger drachtigheidspercentage. Bij een tekort aan kobalt kan de
maagactiviteit
dalen door een slechtere groei van de maagbacteriën. Hierdoor daalt de
concentratie maagbacteriën en krijgt het dier een tekort.
Zink
In een groot aantal enzymen speelt
zink een rol. Deze enzymen zijn vooral betrokken bij de groeiprocessen
en het functioneren van de voortplantingsorganen. Zink heeft verder een
duidelijke invloed op de eetlust en voederefficiëntie. Bij een tekort
aan zink worden vooral de groeiprocessen en het functioneren van
verschillende organen aangetast.
Mangaan
Mangaan is een bestanddeel van
enzymen die vooral bij de vorming van kraakbeen en beenderen betrokken
zijn, het functioneren van de voortplantingsorganen en de
energievoorziening in het lichaam.
MINERALE STOFFEN
Als minerale stoffen zijn vooral
volgende groepen belangrijk:
 |
Voederfosfaten (Fosfaatbron)
|
 |
Zout (Natriumbron)
|
 |
Krijt (Calciumbron)
|
 |
Magnesium (Magnesiumbron)
|
 |
Fosfaten
|
Fosfor is vitaal in de diervoeding.
Na calcium is het het meest overvloedig aanwezige element in het lichaam
van de dieren. Het speelt een belangrijke metabolische rol en heeft meer
fysiologische functies dan welk ander mineraal ook. Deze omvatten
fundamentele processen zoals de ontwikkeling en het behoud van
skeletweefsel, groei, eetlustcontrole, energietransfer en
vruchtbaarheid. Gevolgen van fosfortekort voor de dieren omwille van
onvoldoende opname van beschikbaar fosfor zijn verlies van eetlust en
onvoldoende groei, zwakke poten en beendergebreken, lagere eiproductie,
lagere vruchtbaarheid en gevoeligheid voor ziekten zoals osteomalacie,
rachitis, achterhandsverlamming.
Natrium en zout
Onder zout verstaat men Natrium,
gebonden aan Chloor. Daardoor wordt de toepassing in de voeding meestal
samen besproken. Na heeft niet echt een specifieke functie in het
lichaam, maar is toch essentieel voor de normale weefselvorming. Het is
vooral belangrijk voor het osmotisch evenwicht van het intercellulair
vocht en is een belangrijk element van buffersystemen. De fysiologische
eigenschappen van Na+ zijn het effect op de activiteit van de hartspier
en van het zenuwstelsel. Na-gebrek: De belangrijkste symptomen van
natriumgebrek zijn abnormale eetlust, borstelig en ongezond haar, lagere
productie, uitputting en slechte groei bij jonge dieren. De opname van
eiwit en energie vermindert, melkvetgehalte en melkproductie daalt,
dieren herkauwen minder goed en de vruchtbaarheid daalt. Alle dieren
verdragen een extra hoeveelheid zout op voorwaarde dat ze voldoende
water ter beschikking hebben. Overdosis is waarneembaar door
dorstigheid, veel urineren, vloeibare mest, oedeem, overgeven, en kan
leiden tot de dood. De meest voorkomende Na-bronnen: Meestal wordt
gebruik gemaakt van Natriumchloride. Indien een teveel aan chloride een
probleem zou stellen, wordt ook natriumbicarbonaat gebruikt. Bicarbonaat
heeft bij runderen tevens een pensstabiliserende werking.
Calcium en krijt
Calcium is een element dat in de
natuur veelvuldig voorkomt. Het wordt in de voeders toegediend onder
verschillende vormen: calciumcarbonaat, calciumsulfaat, dolomiet,
calciumfosfaat. Het grootste gedeelte van calcium in het lichaam (99%)
vindt men terug in de beenderen. Vooral bij jonge dieren wordt er zeer
veel calcium gefixeerd in de beenderen. Calcium in de beenderen wordt
ook gebruikt als een reserve wanneer dieren hoge calciumbehoefte hebben.
Een resorptie heeft dan plaats. Dit verschijnsel is goed gekend bij
legkippen (10-12 % van de totale massa bestaat uit labiel uitwisselbaar
calcium). Metabolische functies: Ca-ionen hebben een meervoudige
metabolische functie. Zij komen o.a. tussen als activator in
enzymatische processen, bij de vorming van proteïnen, beenderweefsel,
melk en eischalen. Calciumgebrek: Zowel bij een tekort als een teveel
aan calcium worden biochemische veranderingen waargenomen. Calciumtekort
veroorzaakt rickets bij jonge dieren, waarneembaar door slechte groei,
slechte voederopname, vervormd skelet en moeilijke gang. Verder
osteomalacia en osteoporosis. De eischaalkwaliteit van eieren
vermindert. Een overvloed aan calcium kan tot dezelfde gebreken leiden
en tot slechtere productiviteit en reproductiviteit. Het effect hiervan
kan vermeden worden door het evenwicht Ca/P te eerbiedigen (1,5 tot 2).
De oorzaak hiervan is een secundair gebrek aan fosfor, magnesium, zink,
koper en andere micro-elementen door lagere absorptie in het
verteringskanaal.
Magnesium
Magnesium komt in de natuur voor,
voornamelijk onder de vorm van carbonaat (bv. Dolomiet), silicaat,
sulfaat en chloride. Meer dan 200 magnesiumverbindingen zijn gekend.
Zoals P en Ca komt ook Mg meestal voor in het beenderweefsel. Snelle
groei van beenderen gaat gepaard met een hogere opname van Mg. Dieren
nemen Mg vooral op langs de plantaardige grondstoffen waarin Mg gebonden
is aan proteïnen, anionen van organische zuren, chlorophyl en phytine.
Andere Mg-bronnen zijn magnesiumkalk, krijt en fosfaat. Het
Mg-metabolisme is gekenmerkt door grote endogene Mg-uitscheiding via
speeksel en in de darmen. De absorptie van Mg lijkt daarom eerder
beperkt. Metabolische functies: Magnesium heeft een belangrijke functie
op intracellulair niveau (transfer door membranen). Het is eveneens een
activator bij enzymatische systemen en bij polymerisatie van DNA en RNA.
Het werkt bovendien in op het zenuwstelsel en de spieren. Zoals alle
mineralen speelt het ook een rol, zij het beperkt, in de vorming van
beenderweefsel. Mg-gebrek: Kuikens sterven na enkele dagen indien geen
Mg in hun dieet aanwezig is. Biggen vertonen spasmen en gestoord
zenuwstelsel bij gebrek aan Mg. Vooral bij runderen veroorzaakt
Mg-tekort problemen rondom de geboorte en heeft het een belangrijke rol
bij kopziekteverschijnselen (spasmen/gestoord zenuwstelsel).
« Terug naar uitleg voedingsstoffen
|
|