Indeling
van de aminozuren
Aminozuren hebben in de
samenstelling van hun moleculen, zoals in hun naam vervat is, twee
functionele groepen, namelijk de aminogroep (-NH2) en de carbonzuurgroep
(-COOH). Een indeling is te maken naar zure-, basische- en neutrale
aminozuren:
Neutrale
|
Zure
|
Basische
|
Alanine
Aspargine
Cysteïne/Cystine
Glutamine
Glycine
Hydroxypyroline
Isoleucine
Leucine
Methionine
Phenylanaline
Proline
Serine
Threonine
Tryptofaan
Tyrosine
Valine Asparginezuur
Glutaminezuur
|
Aspargine
Glutaminezuur
|
Arginine
Histidine
Lysine
|
Essentiële aminozuren
Niet alle aminozuren hebben voor
het menselijke en dierlijke organisme dezelfde betekenis. Slechts tien
van de bovengenoemde aminozuren zijn onontbeerlijk en moeten,
vergelijkbaar met vitaminen, tezamen met het voer of water toegediend
worden. Deze aminozuren worden essentiële aminozuren genoemd.
Onderstaande tabel geeft weer welke de essentiële aminozuren zijn.
Essentiële aminozuren
|
Pluimvee
|
Varkens
|
Mens
|
Arginine
Histidine
Isoleucine
Leucine
Lysine
Methionine
Phenylalanine
Threonine
Tryptofaan
Valine
|
±
+
+
+
+
+
+
+
+
+
|
±
+
+
+
+
+
+
+
+
+
|
±
±
+
+
+
+
+
+
+
+
|
Niet-essentieel zijn: alanine,
asparaginezuur, cystine, glutaminezuur, glycine, hydroxiproline, proline,
serine en tyrosine.
De indeling naar essentiële en niet-essentiële aminozuren mag niet de
indruk wekken dat de laatste groep niet noodzakelijk zou zijn voor het
organisme voor de aanmaak van de eigen eiwitten. Het organisme is wel in
staat deze zelf aan te maken of om te zetten. Daarvoor is echter een
voldoende aanvoer van koolhydraten en geschikte stikstofverbindingen
noodzakelijk.
Limiterende aminozuren
De eiwitsynthese is noodzakelijk
voor de groei van een organisme. Hiervoor worden de nodige aminozuren
aan elkaar gerijd volgens de genetisch vastgelegde volgorde. Hierbij
worden zowel essentiële als niet essentiële aminozuren gebruikt. Is er
nu echter in de samenstelling van de eiwitketen een aminozuur nodig dat
niet in de “aminozuur-voorraad” aanwezig is, dan komt de eiwitsynthese
tot stilstand. Wanneer het om een niet-essentiëel aminozuur gaat, is het
lichaam nog in staat dit aminozuur aan te maken en de eiwitsynthese op
die manier verder te laten lopen. Gaat het echter om een essentieel
aminozuur, dan moet dit tesamen met het voer opgenomen kunnen worden.
Gebeurt dit niet, dan “limiteert” dit aminozuur de eiwitsynthese. Een
tekort aan limiterende aminozuren leidt ook tot een groot overschot aan
niet-limiterende aminozuren, die via de mest en de urine uitgescheiden
worden en de N-uitstoot naar het milieu toe verhogen. Bij de
behoeftebepaling onderscheidt men eerst-, tweede- en daaropvolgende
limiterende aminozuren. Bij gevogelte zijn meestal de zwavelhoudende
aminozuren methionine en cysteïne eerstlimiterend. Bij varkens is dit
lysine. Het maakt niet uit of de aminozuurbehoefte gedekt wordt via
voedereiwit of aminozuur-toevoegingen. Deze laatste hebben het grote
voordeel dat ze 100% verteerbaar zijn. Methionine, lysine, threonine en
tryptofaan worden frequent aan mengvoeders en/of drinkwatersystemen
toegevoegd. Zij verbeteren de biologische waarde van de via het voer
geleverde eiwitten en verminderen het percentage eiwitten (stikstof )
nodig in het voer. De hoeveelheden die toegevoegd worden liggen tussen
0,01 en 0,4%.
Productie
Aminozuren kunnen op drie manieren
geproduceerd worden:
 |
synthetisch (chemisch): bv.
methionine |
 |
via fermentatieve weg: bv.
lysine, threonine, tryptofaan |
 |
door extractie uit gedenatureerde
eiwitten |
Voordelen van het toevoegen van
aminozuren
Het toevoegen van aminozuren maakt
het mogelijk om het eiwitgehalte van de voeders te verlagen, waardoor de
stikstofuitscheiding en de urineproductie verminderen. De voerkosten
kunnen hierdoor dalen en dierprestatie neemt toe.
Lijst van de belangrijkste aminozuren in de veevoeding
Methionine:
 |
DL –methionine
|
 |
N-hydroximethyl-DL-methionine-calcium-dihydraat.
|
 |
Zink-methionine
|
 |
Vloeibaar concentraat van
DL-methionine-natrium |
 |
DL-methionine, technisch zuiver,
beschermd met copolymeer vinylpyridine/styreen
|
Lysine:
 |
L-lysine
|
 |
Vloeibaar concentraat van
L-lysine |
 |
L-lysine-monochloride
|
 |
Vloeibaar concentraat
vanL-lysine-monohydrochloride |
 |
L-lysinesulfaat en de
bijproducten ervan, verkregen door gisting
|
 |
L-lysinefosfaat en de
bijproducten ervan, verkregen door gisting
|
Threonine:
 |
L-Threonine
|
Tryptofaan:
 |
L-tryptofaan
|
 |
DL-tryptofaan
|
Mengsels
van vloeibare aminozuren worden op bedrijfsniveau steeds meer ingezet om
de voeding en bedrijfsresultaten nog beter op elkaar af te stemmen.
« Terug naar uitleg voedingsstoffen
|
|